Opgraving – Dag tegen het Pesten [column]

Geplaatst op 19 april 2021 Door In Artikelen, Lifestyle

Kinderen van vijf jaar plakken zich vast aan het hek van het schoolplein. Armpjes steken door de tralieomheining heen, als hongerige aapjes. Ze bekijken de voetgangers die voorbij waggelen alsof wij de dierentuindieren zijn. Het hoopje kinderen heeft dikke jasjes aan en kleine sjaaltjes omgeknoopt. Hun wangetjes kleuren roze door hun ontwapende enthousiasme. Ik weet dat tenminste één kindje vijf is, omdat hij dat zegt. Nog maar één klein wijsvingertje slapen, dan is hij zes.

Ik ben een dierentuinvoetganger die mijn dagelijkse stappen probeert te behalen. Waggelend loop ik langs het schoolplein en laat mijn stemming door de kinderlijke vreugde verhogen. Hoe meer stappen er verschijnen op mijn teller, hoe ouder de kinderen worden op het schoolplein. En met elke voetstap word ik zelf ook ouder.

In de hoek van het schoolplein hangt een samenscholing van jongens. Deze hoek ligt evenwijdig aan mijn doorgang. In tegenstelling tot de kinderen van vijf hebben deze jongens geen sjaals om en hun jassen hangen los om hun bovenlichamen. Ik ken dit type jongens. Dit worden later, als ze groot zijn, rokers van Lucky Strike en drinkers van Bacardi. Jongens die houden van vuurwerk en opkijken tegen hun robuuste mannenvaders. Het zijn de ‘stoere’ jongens in opleiding.

Als kind was ik altijd bang voor deze jongens, en terecht. Toen ik zelf nog een basisschoolmormel was, waren die jongens er ook, op een schoolplein in de hoek. Ze hadden gemene ogen en lachten op een manier waardoor ik wist dat het over mij ging. Kinderen die lijken te teren op het zelfvertrouwen van anderen, als een vampier zuigen ze het eruit. In de volksmond wordt dit pesten genoemd. Maar ik zou het eerder omschrijven als iemand die eerst je vingers breekt om je vervolgens levend te begraven. En wanneer je jezelf met behulp van je tenen hebt uitgegraven, zeggen ze dat het niet zo bedoeld was. Vervolgens strijken ze de eer op dat jij er sterker bent uitgekomen.

Er zijn vele jaren verstreken sinds mijn eigen uitgravingen. Er zijn excuses gemaakt en therapiesessies volbracht. Ik kwam erachter dat pesters ook maar gewoon mensen zijn. En gewone mensen kan ik best hebben. Maar nu ik deze kinderen zie smoezelen en hun gemene lachjes hoor, krijg ik erg de behoefte om veilig bij hun juf te gaan zitten. Zoals ik mijzelf destijds had aangeleerd; vrienden worden met degene waarachter je met rood uitgeslagen wangen kan verdwijnen. Maar nu ik zelf een fort van een volwassenheid ben, loop ik er zelfstandig langs.

Ik kijk de jochies vol in hun bakkes aan in de hoop dat ik via een soort van telepathische verbinding duidelijk kan maken dat pesten niet de oplossing is. Dat ook de gepeste gewoon maar een mens is en ook niet weet wat ‘ie aan het doen is. Misschien als ik ze dat nu al bij hun verstand kan brengen, hoeft er wellicht één iemand minder worden uitgegraven. Daar hoop ik op.

‘Zie die mevrouw kijken’, hoor ik het blondste jongetje te hard fluisteren. De verbinding is verbroken, mijn wangen alweer donkerrood. Maar hij zei wel mevrouw tegen me!

“Mijn naam is Laura, ook bekend als Het meisje met worteltjeshaar.
Arnhem is mijn stad en zit boordevol met verhalen, mijn verhalen. Deze deel ik graag met jullie. Om jullie kennis te laten maken met mijn Arnhem!”
Bekijk hier alle eerder verschenen columns van Het meisje met worteltjeshaar

> Het meisje met worteltjeshaar op Instagram
> Het meisje met worteltjeshaar op Facebook

Tags : , , , , ,

Reacties